Beslissing - OMV_2025130442 - 2025215 - het renoveren van een eengezinswoning te Pater Coninxlaan 13 - afdeling 1 sectie C nr. 291H2 - voorwaardelijke vergunning - door CBS dd. 26 januari 2026

 

BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING

 

 

A&M VASTGOED CommV hebben een aanvraag ingediend voor:

  • stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 van de VCRO

 

Kort omschreven gaat het over het renoveren van een eengezinswoning.

 

Omgevingsloket nr.: OMV_2025130442

 

De aanvraag heeft als adres afdeling 1 sectie C nr. 291H2.

 

Het College van burgemeester en schepenen heeft op 26/01/2026  de omgevingsvergunning voorwaardelijk verleend. onder volgende voorwaarden:

Voorwaarden en lasten

 

-          De vergunning heeft uitsluitend betrekking op het verbouwen van de eengezinswoning met terreinaanleg zoals aangegeven op het inplantingsplan.

 

-          De opmerkingen gegeven in het advies van het de dienst water en domeinen – provincie Limburg op 22/12/2025 dient gevolgd te worden.             
 

-          Naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein) mogen geen hinder of overlast ondervinden inzake hemelwaterproblematiek. Het hemelwater dat op de nieuwe verharding(en)/constructie(s) terechtkomt, moet op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding(en)/constructie(s) op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het hemelwater mag niet rechtstreeks afwateren naar naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein). Hemelwater mag eveneens niet opgevangen en rechtstreeks afgevoerd worden naar de openbare riolering door middel van straatkolken, afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

-          De groenaanleg, zoals aangeduid op het inplantingsplan van de nieuwe toestand dient daadwerkelijk uitgevoerd te worden uiterlijk tijdens het eerstvolgende plantseizoen volgend op het melden van het einde der werken in het Omgevingsloket.

  • Alle groenaanleg dient te worden onderhouden volgens de regels van de kunst; Afgestorven plantgoed moeten worden vervangen tijdens het eerstvolgende plantseizoen.
  • De groenaanplant dient staanplaatsgeschikt te zijn.

-          Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met artikel 3.133 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.

  • Hoogstammige bomen van minstens 2 meter hoog dienen op minstens 2 meter van de perceelsgrens te worden ingericht, te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom.
  • De hagen en struiken dienen op minstens 50 cm van de perceelsgrenzen geplant te worden.

-          De aanvrager dient 1 nieuwe hoogstammige boom aan te planten op het perceel in kwestie.

 

Voorwaarden bij planten van de nieuwe bomen:

  • De boom moeten aangeplant worden in plantmaat 10/12 of 12/14
  • De boom dient hoogstammig te zijn waarbij het volle wasdom minimaal 12 meter hoogte bedraagt.
  • Graven van plantputten
    • Plantputten moeten vierkant of rond zijn met een verticale wand. De diepte en grootte van de plantput is afhankelijk van de grootte van het wortelgestel. Hier is de algemene regel dat de diameter van de plantput 30 cm groter moet zijn dan de diameter van de wortels of kluit. Verder moet de plantput minstens 80 cm diep zijn.
    • De plantput dient volledig aangevuld te worden met natuurlijke geschikte teelaarde, hier mogen geen andere bodemvreemde materialen in aanwezig zijn.
  • Bovengrondse verankering
    • In de plantput moeten 3 boompalen met een lengte van 2,50 m aangebracht worden.
    • Het is verboden om palen door de kluit te slaan.
    • De 3 boompalen moeten verbonden worden 10 cm onder het uiteinde.
    • De boom wordt met minimum 1 boomband per boompaal verbonden.
  • De boom moet worden voorzien van voldoende water tijdens het groeiseizoen in het bijzonder tijdens droogteperiodes.
  • Snoeivoorwaarden
    • Er mag in 1 snoeibeurt maximaal 20% van de levende bladmassa weggehaald worden.
    • Wanneer levende takken in de blijvende kroon gesnoeid worden moet dit gebeuren tot op een vitale, omhooggerichte zijtak met een diameter van minimaal 1/3 van de gesnoeide tak.
    • Zieke en beschadigde takken mogen gesnoeid worden.
    • Breukgevoelige takken dienen teruggesnoeid te worden.
    • Door te snoeien mag nooit het uiteindelijke groeibeeld van de boom beperkt worden.
  • Aandachtspunten
    • De boom moet zijn volwassen omvang kunnen bereiken. Het toppen, knotten of kandelaberen van een boom is vergunningsplichtig.
    • Het is niet toegelaten om op minder dan 2 meter van de stam een verharding aan te leggen, de bodem te belasten / te verdichten of ingrijpende handelingen te doen die de bomen nadelig beïnvloeden of beschadigen.

 

-          De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);

 

-          Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het decreet betreffende de omgevingsvergunning (d.d. 25-04-2014 en latere wijzigingen), het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (d.d. 27-10-2006 en latere wijzigingen) en het Materialendecreet (d.d. 23-12-2011 en latere wijzigingen).

 

Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;             
 

-          Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

 

-          Het slopen van de gebouwen dient te gebeuren volgens het principe van een goede huisvader. De nodige maatregelen moeten worden genomen om eventuele schade aan aanpalende eigendommen te voorkomen.

 

  • Asbesthoudende toepassingen moeten veilig en volgens de wettelijke voorschriften worden verwijderd.
  • Alle afvalstromen moeten gescheiden en traceerbaar worden afgevoerd naar erkende verwerkers.
  • De sloopwerken moeten zodanig worden georganiseerd dat hinder voor de omgeving tot een minimum wordt beperkt.

Algemene voorwaarden:

-          De bouwheer / aannemer dient het afval afkomstig van de sloopwerken op reglementaire wijze in te zamelen en af te voeren.

-          Deel 6. Milieuvoorwaarden voor niet-ingedeelde inrichtingen

  • Hfdst 6.3: Beheersing van hinder door licht
  • Hfdst 6.4: Beheersing van asbest
  • Hfdst 6.12: Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken

Dit is een niet-limitatieve lijst, alle voorwaarden voor niet-ingedeelde inrichtingen zijn van toepassing

De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de  exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM.

 

Een afschrift van de beslissing kan je opvragen via omgevingsloket@bree.be

 

U kan, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing. U behoort tot het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid (waarschijnlijk) gevolgen ondervindt van, of belang hebt bij de beslissing over een omgevingsvergunning of de bijstelling van de vergunningsvoorwaarden.

 

Het beroep wordt bij voorkeur digitaal ingesteld via het omgevingsloket: omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be.

U kan ook een analoog beroep instellen. Stuur hiervoor een beroepschrift per aangetekende brief naar de deputatie van de provincie Limburg, op het volgende adres:

De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.

Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezet op.

Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing.

Bezorg gelijktijdig bij beveiligde zending (bij aangetekende brief, of tegen ontvangstbewijs, of via het omgevingsloket) een afschrift van uw beroepschrift aan:

-          de vergunningsaanvrager.

-          het college van burgemeester en schepenen van Bree.

Vermeld in uw beroepschrift het volgende:

  1. uw naam en adres en het feit dat u een beroep instelt als lid van het betrokken publiek;
  2. de volgende referentie: OMV_2025130442;
  3. de redenen waarom u beroep aantekent;
  4. een omschrijving van de gevolgen die u ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van deze beslissing of het belang dat u hebt bij de beslissing over de omgevingsvergunning.
  5. of u gehoord wenst te worden.

 

Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg - BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘’beroep omgevingsvergunning OMV_2025130442’’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.

De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 53 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015.