Beslissing - OMV_2025136388 - 2025216 - het bouwen van een woning in half open bebouwing te DE LOCATIE VAN DE OFFICIELE PIV HEEFT GEEN ADRES -  - voorwaardelijke vergunning - door CBS dd. 16 maart 2026

 

BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING

 

 

Geert Geerits - Jos Engelen hebben een aanvraag ingediend voor:

  • stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 van de VCRO

 

Kort omschreven gaat het over het bouwen van een woning in half open bebouwing.

 

Omgevingsloket nr.: OMV_2025136388

 

De aanvraag heeft als adres .

 

Het College van burgemeester en schepenen heeft op 16/03/2026  de omgevingsvergunning voorwaardelijk verleend. onder volgende voorwaarden:

01.      De aanvrager is ertoe verplicht het begin van de werkzaamhedenof handelingen waarvoor vergunning is verleend, door te geven via het Omgevingsloket ten minste acht dagen voor het aanvatten van die werkzaamheden of handelingen.

 

02.      De voorwaarden en aandachtspunten uit de adviezen van Fluvius, de Watergroep,

Proximus en Wyre dienen gevolgd te worden.

 

03.     Hetvoorwaardelijk gunstig advies van de dienst Water en Domeinen van de provincie Limburg afgeleverd op 06/03/2026, dient gevolgd te worden. Het advies is raadpleegbaar in het Omgevingsloket, specifiek werden volgende constructievoorwaarden opgelegd:

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd overstromingsregime.

Het perceel is gelegen in een pluviaal overstromingsgebied of aan de rand ervan: het kritisch overstromingspeil bedraagt 42m73 TAW. Het peil van de as van de weg ter hoogte van de inrit bedraagt 42m63 TAW.

Er mag gebouwd worden omdat de berging die verloren gaat, beperkt blijft en er dus geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande constructievoorwaarden:

 

  •    Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn (i.e. 20 cm boven de as van de weg).
  •    Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het kritisch overstromingspeil plus 10 cm.
  •    Kelders moeten waterdicht worden uitgevoerd.
  •    Ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
  •    Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch overstromingspeil is verboden.
  •    Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het kritisch overstromingspeil.
  •    Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
  •    Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het kritisch overstromingspeil opgesteld worden.
  •    Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
  •    Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
  •    Ophoging van het perceel moet beperkt blijven tot het gebouw zelf met een randzone van 3 m rond het gebouw die in helling aansluit bij het niet-opgehoogde gedeelte. Ophoging van een inrit van maximaal 3 m breed is toegestaan. De ophoging mag er niet toe leiden dat water wordt afgevoerd naar lager gelegen aanpalende percelen.
  •    Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is

 

04.     De nieuwbouwwoning heeft een aansluitend gabarit wat hoger uitkomt ten opzichte van de bestaande woning van de linkerbuur. Het is belangrijk vanuit esthetisch standpunt dat de afwerking ook wordt uitgevoerd zoals uitgewerkt op de plannen van de aanvraag, namelijk met een volwaardige buitenmuur in gevelsteen. De zicht-baar blijvende gevels moeten een definitief karakter krijgen langs de zijde van de aanpalende linkerbuur.

 

05.      De verhardingen op het terrein dienen ofwel uitgevoerd te worden in water-doorlatende materialen ofwel dienen ze af te wateren naar een naastgelegen groenzone, met een minimale oppervlakte van 1/4de van de afwaterende oppervlakte, dit conform de bepalingen van de hemelwaterverordening 10 februari 2023.

 

06.     Naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein) mogen geen hinder of overlast ondervinden inzake hemelwaterproblematiek. Het hemelwater dat op de nieuwe verharding(en)/constructie(s) terechtkomt, moet op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding(en)/constructie(s) op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het hemelwater mag niet rechtstreeks afwateren naar naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein). Hemelwater mag eveneens niet opgevangen en rechtstreeks afgevoerd worden naar de openbare riolering door middel van straatkolken, afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

 

07.      Wanneer een particulier of rechtspersoon (aanvrager) verharding ‘niet-overdekte constructie’ wil aanbrengen op het openbaar domein tussen een vergunde private inritten en de rijweg, stellen we de volgende voorwaarden:

  • De werken mogen enkel gestart worden na schriftelijke toelating (staat van bevinding) van de technische dienst; Alvorens te starten met de werken, van welke aard ook, dient een staat van bevinding te worden opgemaakt van het openbaar domein in een ruime omgeving rond het betrokken perceel.  Dit dient te gebeuren in opdracht van en op kosten van de bouwheer. De werken mogen pas gestart worden na ondertekening van de staat van bevinding door een afgevaardigde van de stedelijke technische dienst;
  • De toelating verleent enkel het gebruiksrecht voor het uitvoeren van de werken, niet voor het in eigendom nemen van de betrokken strook openbaar domein; De aangelande verwerft geen zakelijke rechten op het openbaar domein;
  • De aanleg moet zodanig gebeuren dat geen schade of hinder ontstaat aan nutsleidingen of aanplantingen; Schade wordt volledig hersteld op kosten van de aanvrager; De aangelande is verantwoordelijk voor de kosten, uitvoering en onderhoud van de aangebrachte verharding;
  • Ingeval van werken of herinrichting van het openbaar domein door of in opdracht van de wegbeheerder of nutsmaatschappijen, kan de aangebrachte verharding zonder voorafgaande kennisgeving en zonder enige vergoeding worden verwijderd of aangepast. Na uitvoering van dergelijke werken kan geen aanspraak worden gemaakt op heraanleg door of schadeloosstelling.
  • De verharding mag niet breder zijn dan de vergunde inrit(en) en parking;
  • De uitgraving mag niet dieper zijn dan maximaal nodig voor de fundering te brengen tot draagkrachtige grond, tenzij anders toegestaan door de technische dienst;
  • De aanleg van deze verharding dient waterpasserend te zijn;
  • Het afgewerkte niveau moet afgestemd zijn op het bestaand trottoir en mag geen struikelgevaar of drempel vormen;
  • Inbreuken op deze voorwaarden zullen leiden tot het herstel in de oorspronkelijke toestand op kosten van de overtreder.

 

08.     De groenaanleg zoals aangeduid op de bouwplannen en het inplantingsplan van de nieuwe toestand, dient daadwerkelijk uitgevoerd te worden. De aanplant ervan dient te gebeuren in het eerst volgende plantseizoen na de voltooiing van de bouwwerken. Er moet minstens 1 hoogstamboom voorzien worden in de voortuin-zone om de meerverharding in de voortuin en zijtuin te compenseren. De hemelwaterput dient verplaatst te worden tot onder de voorziene verharding met indien nodig een overrijdbare fundering en aangepaste deksel zodat dit geen bijkomende vierkante meters wegneemt in de groenaanleg van de voortuin. De locatie van de putten mag geen belemmering vormen voor het in stand en in leven houden van de opgelegde groenaanleg.

 

  • Alle groenaanleg dient te worden onderhouden volgens de regels van de kunst; Alle bomen dienen hun volle wasdom te bereiken en uit te groeien tot volwaardige kruinen; Afgestorven bomen moeten worden vervangen tijdens het eerstvolgende plantseizoen;
  • De bomen moet hun volwassen omvang kunnen bereiken. Het toppen, knotten of kandelaberen van een boom is vergunningsplichtig.
  • De groenaanplant dient staanplaatsgeschikt te zijn.
  • Voorwaarden bij planten van de nieuwe bomen:
    • De bomen moeten aangeplant worden in plantmaat 10/12 of 12/14
    • De bomen dienen hoogstammige bomen te zijn.
    • Graven van plantputten
      • Plantputten moeten vierkant of rond zijn met een verticale wand. De diepte en grootte van de plantput is afhankelijk van de grootte van het wortelgestel. Hier is de algemene regel dat de diameter van de plantput 30 cm groter moet zijn dan de diameter van de wortels of kluit. Verder moet de plantput minstens 80 cm diep zijn.
      • De plantput dient volledig aangevuld te worden met natuurlijke geschikte teelaarde, hier mogen geen andere bodemvreemde materialen in aanwezig zijn.
    • Bovengrondse verankering
  • In de plantput moeten 3 boompalen met een lengte van 2,50 m

aangebracht worden;

  • Het is verboden om palen door de kluit te slaan.
  • De 3 boompalen moeten verbonden worden 10 cm onder het uiteinde.
  • De boom wordt met minimum 1 boomband per boompaal verbonden.
    • De boom moet worden voorzien van voldoende water tijdens het groeiseizoen in het bijzonder tijdens droogteperiodes
  • Snoeivoorwaarden
    • Er mag in 1 snoeibeurt maximaal 20% van de levende bladmassa weggehaald worden
    • Wanneer levende takken in de blijvende kroon gesnoeid worden moet dit gebeuren tot op een vitale, omhooggerichte zijtak met een diameter van minimaal 1/3 van de gesnoeide tak.
    • Zieke en beschadigde takken mogen gesnoeid worden
    • Breukgevoelige takken dienen teruggesnoeid te worden
    • Door te snoeien mag nooit het uiteindelijke groeibeeld van de boom beperkt worden
  • Aandachtspunten
    • De bomen moet hun volwassen omvang kunnen bereiken. Het toppen, knotten of kandelaberen van een boom is vergunningsplichtig.

 

Het is niet toegelaten om op minder dan 2 meter van de stam een verharding aan te leggen, de bodem te belasten / te verdichten of ingrijpende handelingen te doen die de bomen nadelig beïnvloeden of beschadigen

 

09.     Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het nieuw Goederenrecht;

  • De hagen en struiken dienen op minstens 50 cm van de perceelsgrenzen geplant te worden;
  • Hoogstammige bomen dienen op minstens 2 meter van de perceelsgrens te worden ingericht.

 

10.      De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden).

 

11.      Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevings-aanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.

 

12.      Herstellingswerken aan het openbaar domein, van gebreken die het gevolg zijn van het uitvoeren van werken door of in opdracht van de bouwheer, zijn steeds ten laste van de bouwheer.

 

13.      Alle kosten voor eventuele aanpassingen aan het openbaar domein zijn voor de aanvrager  (alle werken om aan te sluiten op de bestaande verhardingen, aanleg verhardingen, groenaanleg, verplaatsing van bestaande inrit,…). De berm mag niet verhard worden, zodat het regenwater de grond in kan trekken.

 

Eventuele aanpassingen aan de nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas, telefoon, water, telekabel, riolering, verplaatsen verlichtingspalen,…..) ten behoeve van de bouw van dit project zijn volledig ten laste van de aanvrager.

 

Beoordeling van de aanvraag. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich volledig aan bij de motivatie en de conclusie van de omgevingsambtenaar, zoals dit omstandig in dit besluit opgenomen is.

 

BESLUIT

 

Besluit van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16 maart 2026

 

De aanvraag voor het bouwen van een woning in half open bebouwing ingediend door Geert Geerits - Jos Engelen wonende te Rietstraat 2 te 3680 Maaseik, wordt VOORWAARDELIJK VERGUND.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden:

 

01.      De aanvrager is ertoe verplicht het begin van de werkzaamhedenof handelingen waarvoor vergunning is verleend, door te geven via het Omgevingsloket ten minste acht dagen voor het aanvatten van die werkzaamheden of handelingen.

 

02.      De voorwaarden en aandachtspunten uit de adviezen van Fluvius, de Watergroep, Proximus en Wyre dienen gevolgd te worden.

 

03.     Hetvoorwaardelijk gunstig advies van de dienst Water en Domeinen van de provincie Limburg afgeleverd op 06/03/2026, dient gevolgd te worden. Het advies is raadpleegbaar in het Omgevingsloket, specifiek werden volgende constructievoorwaarden opgelegd:

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd overstromingsregime.

Het perceel is gelegen in een pluviaal overstromingsgebied of aan de rand ervan: het kritisch overstromingspeil bedraagt 42m73 TAW. Het peil van de as van de weg ter hoogte van de inrit bedraagt 42m63 TAW.

Er mag gebouwd worden omdat de berging die verloren gaat, beperkt blijft en er dus geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande constructievoorwaarden:

 

  •    Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn (i.e. 20 cm boven de as van de weg).
  •    Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het kritisch overstromingspeil plus 10 cm.
  •    Kelders moeten waterdicht worden uitgevoerd.
  •    Ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
  •    Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch overstromingspeil is verboden.
  •    Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het kritisch overstromingspeil.
  •    Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
  •    Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het kritisch overstromingspeil opgesteld worden.
  •    Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
  •    Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
  •    Ophoging van het perceel moet beperkt blijven tot het gebouw zelf met een randzone van 3 m rond het gebouw die in helling aansluit bij het niet-opgehoogde gedeelte. Ophoging van een inrit van maximaal 3 m breed is toegestaan. De ophoging mag er niet toe leiden dat water wordt afgevoerd naar lager gelegen aanpalende percelen.
  •    Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is

 

04.     De nieuwbouwwoning heeft een aansluitend gabarit wat hoger uitkomt ten opzichte van de bestaande woning van de linkerbuur. Het is belangrijk vanuit esthetisch standpunt dat de afwerking ook wordt uitgevoerd zoals uitgewerkt op de plannen van de aanvraag, namelijk met een volwaardige buitenmuur in gevelsteen. De zicht-baar blijvende gevels moeten een definitief karakter krijgen langs de zijde van de aanpalende linkerbuur.

 

05.      De verhardingen op het terrein dienen ofwel uitgevoerd te worden in water-doorlatende materialen ofwel dienen ze af te wateren naar een naastgelegen groenzone, met een minimale oppervlakte van 1/4de van de afwaterende oppervlakte, dit conform de bepalingen van de hemelwaterverordening 10 februari 2023.

 

06.     Naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein) mogen geen hinder of overlast ondervinden inzake hemelwaterproblematiek. Het hemelwater dat op de nieuwe verharding(en)/constructie(s) terechtkomt, moet op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding(en)/constructie(s) op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het hemelwater mag niet rechtstreeks afwateren naar naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein). Hemelwater mag eveneens niet opgevangen en rechtstreeks afgevoerd worden naar de openbare riolering door middel van straatkolken, afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

 

07.      Wanneer een particulier of rechtspersoon (aanvrager) verharding ‘niet-overdekte constructie’ wil aanbrengen op het openbaar domein tussen een vergunde private inritten en de rijweg, stellen we de volgende voorwaarden:

  • De werken mogen enkel gestart worden na schriftelijke toelating (staat van bevinding) van de technische dienst; Alvorens te starten met de werken, van welke aard ook, dient een staat van bevinding te worden opgemaakt van het openbaar domein in een ruime omgeving rond het betrokken perceel.  Dit dient te gebeuren in opdracht van en op kosten van de bouwheer. De werken mogen pas gestart worden na ondertekening van de staat van bevinding door een afgevaardigde van de stedelijke technische dienst;
  • De toelating verleent enkel het gebruiksrecht voor het uitvoeren van de werken, niet voor het in eigendom nemen van de betrokken strook openbaar domein; De aangelande verwerft geen zakelijke rechten op het openbaar domein;
  • De aanleg moet zodanig gebeuren dat geen schade of hinder ontstaat aan nutsleidingen of aanplantingen; Schade wordt volledig hersteld op kosten van de aanvrager; De aangelande is verantwoordelijk voor de kosten, uitvoering en onderhoud van de aangebrachte verharding;
  • Ingeval van werken of herinrichting van het openbaar domein door of in opdracht van de wegbeheerder of nutsmaatschappijen, kan de aangebrachte verharding zonder voorafgaande kennisgeving en zonder enige vergoeding worden verwijderd of aangepast. Na uitvoering van dergelijke werken kan geen aanspraak worden gemaakt op heraanleg door of schadeloosstelling.
  • De verharding mag niet breder zijn dan de vergunde inrit(en) en parking;
  • De uitgraving mag niet dieper zijn dan maximaal nodig voor de fundering te brengen tot draagkrachtige grond, tenzij anders toegestaan door de technische dienst;
  • De aanleg van deze verharding dient waterpasserend te zijn;
  • Het afgewerkte niveau moet afgestemd zijn op het bestaand trottoir en mag geen struikelgevaar of drempel vormen;
  • Inbreuken op deze voorwaarden zullen leiden tot het herstel in de oorspronkelijke toestand op kosten van de overtreder.

 

08.     De groenaanleg zoals aangeduid op de bouwplannen en het inplantingsplan van de nieuwe toestand, dient daadwerkelijk uitgevoerd te worden. De aanplant ervan dient te gebeuren in het eerst volgende plantseizoen na de voltooiing van de bouwwerken. Er moet minstens 1 hoogstamboom voorzien worden in de voortuin-zone om de meerverharding in de voortuin en zijtuin te compenseren. De hemelwaterput dient verplaatst te worden tot onder de voorziene verharding met indien nodig een overrijdbare fundering en aangepaste deksel zodat dit geen bijkomende vierkante meters wegneemt in de groenaanleg van de voortuin. De locatie van de putten mag geen belemmering vormen voor het in stand en in leven houden van de opgelegde groenaanleg.

 

  • Alle groenaanleg dient te worden onderhouden volgens de regels van de kunst; Alle bomen dienen hun volle wasdom te bereiken en uit te groeien tot volwaardige kruinen; Afgestorven bomen moeten worden vervangen tijdens het eerstvolgende plantseizoen;
  • De bomen moet hun volwassen omvang kunnen bereiken. Het toppen, knotten of kandelaberen van een boom is vergunningsplichtig.
  • De groenaanplant dient staanplaatsgeschikt te zijn.
  • Voorwaarden bij planten van de nieuwe bomen:
    • De bomen moeten aangeplant worden in plantmaat 10/12 of 12/14
    • De bomen dienen hoogstammige bomen te zijn.
    • Graven van plantputten
      • Plantputten moeten vierkant of rond zijn met een verticale wand. De diepte en grootte van de plantput is afhankelijk van de grootte van het wortelgestel. Hier is de algemene regel dat de diameter van de plantput 30 cm groter moet zijn dan de diameter van de wortels of kluit. Verder moet de plantput minstens 80 cm diep zijn.
      • De plantput dient volledig aangevuld te worden met natuurlijke geschikte teelaarde, hier mogen geen andere bodemvreemde materialen in aanwezig zijn.
    • Bovengrondse verankering
  • In de plantput moeten 3 boompalen met een lengte van 2,50 m

aangebracht worden;

  • Het is verboden om palen door de kluit te slaan.
  • De 3 boompalen moeten verbonden worden 10 cm onder het uiteinde.
  • De boom wordt met minimum 1 boomband per boompaal verbonden.
    • De boom moet worden voorzien van voldoende water tijdens het groeiseizoen in het bijzonder tijdens droogteperiodes
  • Snoeivoorwaarden
    • Er mag in 1 snoeibeurt maximaal 20% van de levende bladmassa weggehaald worden
    • Wanneer levende takken in de blijvende kroon gesnoeid worden moet dit gebeuren tot op een vitale, omhooggerichte zijtak met een diameter van minimaal 1/3 van de gesnoeide tak.
    • Zieke en beschadigde takken mogen gesnoeid worden
    • Breukgevoelige takken dienen teruggesnoeid te worden
    • Door te snoeien mag nooit het uiteindelijke groeibeeld van de boom beperkt worden
  • Aandachtspunten
    • De bomen moet hun volwassen omvang kunnen bereiken. Het toppen, knotten of kandelaberen van een boom is vergunningsplichtig.

 

Het is niet toegelaten om op minder dan 2 meter van de stam een verharding aan te leggen, de bodem te belasten / te verdichten of ingrijpende handelingen te doen die de bomen nadelig beïnvloeden of beschadigen

 

09.     Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het nieuw Goederenrecht;

  • De hagen en struiken dienen op minstens 50 cm van de perceelsgrenzen geplant te worden;
  • Hoogstammige bomen dienen op minstens 2 meter van de perceelsgrens te worden ingericht.

 

10.      De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden).

 

11.      Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevings-aanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.

 

12.      Herstellingswerken aan het openbaar domein, van gebreken die het gevolg zijn van het uitvoeren van werken door of in opdracht van de bouwheer, zijn steeds ten laste van de bouwheer.

 

13.      Alle kosten voor eventuele aanpassingen aan het openbaar domein zijn voor de aanvrager  (alle werken om aan te sluiten op de bestaande verhardingen, aanleg verhardingen, groenaanleg, verplaatsing van bestaande inrit,…). De berm mag niet verhard worden, zodat het regenwater de grond in kan trekken.

 

14.      Alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een Omgevingsvergunning vereist is en aangevraagd, moeten uitgerust zijn met correct geïnstalleerde rookmelders. De nodige informatie omtrent deze verplichting dient u te raadplegen via: www.vlaanderen.be/bouwen-wonen-en-energie/veilig-gezond-en-kwaliteitsvol-wonen/woningkwaliteitsnormen/rookmelders

 

15.      Grondverzet en wateroverlast dienen opgevangen te worden op het eigen perceel. Indien de aanhoging van het terrein hoger voorzien is dan de aanpalende percelen is de aanvrager verplicht om keerwanden te voorzien op eigen terrein, tenzij anders overeengekomen met de betrokken aanpalende eigenaars.

 

16.     Herstellingswerken aan het openbaar domein, van gebreken die het gevolg zijn van het uitvoeren van werken door of in opdracht van de aanvrager, zijn steeds ten laste van de aanvrager

 

17.      Indien ter bereikbaarheid van het perceel werken dienen te gebeuren aan en/of op het openbaar domein (zoals o.m. het verwijderen van een boom, verlichtingspaal, opheffing parkeerplaatsen/borduur, …) dienen deze werken te worden uitgevoerd door de Stedelijke Technische Dienst en/of onder toezicht van de Stedelijke Technische Dienst, de volledige kosten voor deze werken worden gedragen door de aanvrager.

 

18.     Werken aan en/of op het openbaar domein dienen steeds in samenspraak met de Technische Dienst van de stad Bree of de wegbeheerder te gebeuren.

 

19.     Het gebruik van het openbaar domein tijdens de uitvoering van de werken is verboden tenzij hiervoor vooraf een schriftelijke toelating afgeleverd is door de stad Bree. Indien de uitvoering van de werken de inname van het openbaar domein verreist (innemen van een gedeelte van de rijweg, stoep, parkeerplaats(en), berm, …), dient voorafgaandelijk aan de inname een (tijdelijke) toelating “plaatsrecht op het openbaar domein” aangevraagd te worden. Het afleveren van deze toelating houdt automatisch de verplichting in tot het betalen van een retributie. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein. Meer info:

https://www.bree.be/mobiliteit/vergunningen/inname-openbaar-domein-aanvragen

 

Een afschrift van de beslissing kan je opvragen via omgevingsloket@bree.be

 

U kan, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing. U behoort tot het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid (waarschijnlijk) gevolgen ondervindt van, of belang hebt bij de beslissing over een omgevingsvergunning of de bijstelling van de vergunningsvoorwaarden.

 

Het beroep wordt bij voorkeur digitaal ingesteld via het omgevingsloket: omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be.

U kan ook een analoog beroep instellen. Stuur hiervoor een beroepschrift per aangetekende brief naar de deputatie van de provincie Limburg, op het volgende adres:

De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.

Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezet op.

Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing.

Bezorg gelijktijdig bij beveiligde zending (bij aangetekende brief, of tegen ontvangstbewijs, of via het omgevingsloket) een afschrift van uw beroepschrift aan:

-          de vergunningsaanvrager.

-          het college van burgemeester en schepenen van Bree.

Vermeld in uw beroepschrift het volgende:

  1. uw naam en adres en het feit dat u een beroep instelt als lid van het betrokken publiek;
  2. de volgende referentie: OMV_2025136388;
  3. de redenen waarom u beroep aantekent;
  4. een omschrijving van de gevolgen die u ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van deze beslissing of het belang dat u hebt bij de beslissing over de omgevingsvergunning.
  5. of u gehoord wenst te worden.

 

Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg - BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘’beroep omgevingsvergunning OMV_2025136388’’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.

De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 53 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015.