Beslissing - OMV_2025105248 - 2025175 - het vellen van een boom te DE LOCATIE VAN DE OFFICIELE PIV HEEFT GEEN ADRES - - voorwaardelijke vergunning - door CBS dd. 2 maart 2026
BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING
Lodewijk Tijskens hebben een aanvraag ingediend voor:
Kort omschreven gaat het over het vellen van een boom.
Omgevingsloket nr.: OMV_2025105248
De aanvraag heeft als adres .
Het College van burgemeester en schepenen heeft op 02/03/2026 de omgevingsvergunning voorwaardelijk verleend. onder volgende voorwaarden:
Stedenbouwkundige voorwaarden:
- U dient de start en het einde van de werken in te geven in het Omgevingsloket.
- De vergunning strekt zich enkel uit tot het voorwerp van de aanvraag, zijnde het vellen van een boom, zoals aangeduid op de ingediende plannen.
- De kruin en de stam van de dode boom mogen om veiligheidsredenen gekapt worden. De stronk mag gefreesd worden tot onder het niveau van het maaiveld.
- De aanvrager/eigenaar van het perceel moet toegang verlenen aan de groendienst van de stad Bree tot het perceel in de winterperiode (november tot maart) volgend op het afleveren van de omgevingsvergunning, dit met oog op het bewaren van het genetisch materiaal in de vorm van wortelschot. De groendienst zal hiervoor zelf contact opnemen met de aanvrager/eigenaar.
- Er moet wortelschot behouden blijven op het betreffende perceel. Er moet op hetzelfde perceel minstens 1 nieuwe hoogstammige boom voortkomen uit het genetisch materiaal (ergo het wortelschot) van het te kappen exemplaar. Het geselecteerd wortelschot van ca. 2,00 m hoog) werd aangeduid op het aangepast inplantingsplan (ca. 5,70 m van de zuidwestelijke perceelsgrens en ca. 8,20 m van de zuidoostelijke perceelsgrens) en werd eveneens op het terrein gemarkeerd met een rood/wit lint.
- Het staat de aanvrager vrij om het geselecteerd wortelschot op de huidige locatie te laten staan, dan wel te verplanten naar een andere locatie op hetzelfde perceel. Het verplanten dient steeds te gebeuren in uitvoering door de groendienst van stad Bree.
- Bij het verplanten dienen de afstanden tot de perceelsgrens gerespecteerd te worden volgens art. 3.133 (afstanden en beplantingen van boek 3 goederen) van het Burgerlijk Wetboek, namelijk: minimaal 2 meter tussen de perceelsgrens en het midden van de boom.
- De nieuwe hoogstammige boom die moet voortkomen uit het genetisch materiaal (ergo het geselecteerd wortelschot) van het te kappen exemplaar, dient op alle toekomstige plannen (m.b.t. ontwikkelingen en bouwprojecten op het betreffende perceel) te staan.
- Er mogen geen nieuwe ondergrondse of bovengrondse constructies gebouwd worden binnen een straal van 5,00 m van de nieuwe hoogstammige boom die moet voortkomen uit het genetisch materiaal (ergo het geselecteerd wortelschot) van het te kappen exemplaar.
- Indien de aanvrager verkiest om het geselecteerd wortelschot niet te verplanten, mag het vitale wortelgestel absoluut niet gefreesd worden binnen een straal van 5,00 m van het geselecteerd wortelschot. Het overige wortelgestel van de te kappen boom mag wel gefreesd worden.
- Indien de aanvrager verkiest om het geselecteerd wortelschot te verplanten naar een andere locatie op hetzelfde perceel (in uitvoering door de groendienst van stad Bree) kan het wortelstel gefreesd worden na het verplanten.
- Vergunnings- en/of meldingsplichtige handelingen die reeds op het perceel zijn uitgevoerd maar niet zijn opgenomen in de huidige aanvraag werden niet beoordeeld en zijn bijgevolg uitgesloten van huidige vergunning.
- De vergunde plannen dienen strikt gevolgd te worden. Het niet-volgen van de vergunde plannen en het niet-tijdig en/of correct uitvoeren van de voorwaarden binnen de wettelijke of in de vergunning meegedeelde termijn(en) kan aanleiding geven tot de opstart van een handhavingsprocedure.
- Het uitvoeren en/of het in stand houden van de onvergunde handelingen kan aanleiding geven tot de opmaak van een proces-verbaal (in geval van een stedenbouwkundig misdrijf) of een bestuurlijk verslag van vaststelling (in geval van een stedenbouwkundige inbreuk) met als mogelijke gevolgen een bestuurlijke geldboete en een bestuurlijke herstelprocedure of gerechtelijke vervolging om aldus herstel af te dwingen.
- De volgende voorwaarden in verband met bronbemaling:
Het grondwater dat onttrokken wordt bij de bronbemalingen bedoeld in subrubriek 53.2 van de indelingslijst moet, in zoverre dit met toepassing van beste beschikbare technieken mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden ingebracht buiten de onttrekkingszone. Hiervoor kan gebruikgemaakt worden van infiltratieputten, infiltratiebekkens of infiltratiegrachten. Indien dit technisch onmogelijk is mag het water geloosd worden in het openbare of private hydrografische net. De infiltratie of de lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
Volumes hoger dan 10 m3 per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.
Het grondwater dat onttrokken wordt bij de draineringen, bedoeld in subrubriek 53.3 van de indelingslijst alsook bij de bronbemalingen, bedoeld in subrubriek 53.4 en 53.5 van de indelingslijst, moet, in zoverre dit met toepassing van de beste beschikbare technieken mogelijk is, nuttig worden gebruikt.
Volumes hoger dan 10 m3 per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.
Bij overmacht door overstromingsgevaar is de exploitant van een bronbemaling die noodzakelijk is voor de waterbeheersing van de mijnverzakkingsgebieden, bedoeld in subrubriek 53.4.2° van de indelingslijst, ontslagen van het respecteren van het vergunde dagdebiet, opgelegd in de verleende vergunning.
- Bij lozing van meer dan 10 m³ bemalingswater per uur op een riolering, afwaterend naar een Aquafin-RWZI, dient de toestemming van Aquafin worden gevraagd.
- Grondverzet en wateroverlast dienen opgevangen te worden op het eigen perceel. Indien de aanhoging van het terrein hoger voorzien is dan de aanpalende percelen is de aanvrager verplicht om keerwanden te voorzien op eigen terrein, tenzij anders overeengekomen met de betrokken aanpalende eigenaars.
- Herstellingswerken aan het openbaar domein, van gebreken die het gevolg zijn van het uitvoeren van werken door of in opdracht van de aanvrager, zijn steeds ten laste van de aanvrager
- Indien ter bereikbaarheid van het perceel werken dienen te gebeuren aan en/of op het openbaar domein (zoals o.m. het verwijderen van een boom, verlichtingspaal, opheffing parkeerplaatsen/borduur, …) dienen deze werken te worden uitgevoerd door de Stedelijke Technische Dienst en/of onder toezicht van de Stedelijke Technische Dienst, de volledige kosten voor deze werken worden gedragen door de aanvrager.
- Werken aan en/of op het openbaar domein dienen steeds in samenspraak met de Technische Dienst van de stad Bree of de wegbeheerder te gebeuren.
- Het gebruik van het openbaar domein tijdens de uitvoering van de werken is verboden tenzij hiervoor vooraf een schriftelijke toelating afgeleverd is door de stad Bree. Indien de uitvoering van de werken de inname van het openbaar domein verreist (innemen van een gedeelte van de rijweg, stoep, parkeerplaats(en), berm, …), dient voorafgaandelijk aan de inname een (tijdelijke) toelating “plaatsrecht op het openbaar domein” aangevraagd te worden. Het afleveren van deze toelating houdt automatisch de verplichting in tot het betalen van een retributie. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein. Meer info:
https://www.bree.be/mobiliteit/vergunningen/inname-openbaar-domein-aanvragen
Voorwaarden Milieu & Klimaat:
Nieuwe bomen:
- De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de doorgroei van het geselecteerd wortelschot (aangeduid op het aangepast inplantingsplan) tot een hoogstammige boom te laten slagen.
- Het geselecteerd wortelschot dient te allen tijde beschermd te worden tegen vraat door dieren en of andere mogelijke schade door dieren. Bij uitval of afsterven van het geselecteerd wortelschot dient in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld met een nieuwe hoogstammige boom (Ulmus x Hollandica “Vegeta”, plantmaat 12/14).
- Het te geselecteerd wortelschot van ca. 2,00 m hoog (aangeduid op het aangepast inplantingsplan) dient te allen tijde beschermd te worden tegen schade van mensen/voertuigen. Bij uitval of afsterven van het wortelschot dient in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld met een nieuwe hoogstammige boom (Ulmus x hollandica “Vegeta”, plantmaat 12/14).
Bovengrondse verankering:
- Wanneer het geselecteerd wortelschot voldoende gegroeid is moeten 3 boompalen met een lengte van minimaal 2,00 m aangebracht worden.
- Het is verboden om de boompalen door de kluit te slaan.
- De 3 boompalen moeten verbonden worden 10 cm onder het uiteinde.
- De nieuwe boom (ergo het geselecteerd wortelschot) wordt met minimum 1 boomband per boompaal verbonden.
- Het is niet toegelaten om op minder dan 5,00 meter van de stam van het geselecteerd wortelschot een verharding aan te leggen, de bodem te belasten/verdichten of ingrijpende handelingen te doen die de nieuwe boom nadelig beïnvloeden of beschadigen.
- De nieuwe boom (ergo het geselecteerd wortelschot) moet worden voorzien van voldoende water tijdens het groeiseizoen in het bijzonder tijdens droogteperiodes.
Snoeivoorwaarden:
- Er mag maximaal 20 % van de levende bladmassa weggehaald worden door het snoeien.
- Enkel dode takken mogen verwijderd worden.
- Zieke en beschadigde takken mogen gesnoeid worden.
- Breukgevoelige takken dienen teruggesnoeid te worden.
- Wanneer levende takken in de blijvende kroon gesnoeid worden moet dit gebeuren tot op een vitale, omhooggerichte zijtak met een diameter van minimaal 1/3 van de gesnoeide tak.
- Door te snoeien mag nooit het uiteindelijke groeibeeld van de boom beperkt worden en het zwaartepunt mag niet verlegd worden door aan een zijde van de boom de takken te verwijderen.
- Het is niet toegelaten om te snoeien vanaf het tijdstip waarop de knoppen beginnen te zwellen tot aan de volledige ontknoping van het blad, in de periode van herfstverkleuring en bladval en bij temperaturen lager dan -5 °C.
- Het verwijderen van waterlot mag enkel in de zomer gebeuren.
Aandachtspunten:
- Het geselecteerd wortelschot (aangeduid op het aangepast inplantingsplan) moet zijn volwassen omvang kunnen bereiken. Het toppen, knotten of kandelaberen van de boom is niet toegelaten.
- Het verplanten van het geselecteerd wortelschot is toegestaan binnen de contouren van het perceel. Het verplanten van het geselecteerd wortelschot dient steeds te gebeuren in uitvoering door de groendienst van stad Bree.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.
Een afschrift van de beslissing kan je opvragen via omgevingsloket@bree.be
U kan, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing. U behoort tot het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid (waarschijnlijk) gevolgen ondervindt van, of belang hebt bij de beslissing over een omgevingsvergunning of de bijstelling van de vergunningsvoorwaarden.
Het beroep wordt bij voorkeur digitaal ingesteld via het omgevingsloket: omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be.
U kan ook een analoog beroep instellen. Stuur hiervoor een beroepschrift per aangetekende brief naar de deputatie van de provincie Limburg, op het volgende adres:
De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.
Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezet op.
Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing.
Bezorg gelijktijdig bij beveiligde zending (bij aangetekende brief, of tegen ontvangstbewijs, of via het omgevingsloket) een afschrift van uw beroepschrift aan:
- de vergunningsaanvrager.
- het college van burgemeester en schepenen van Bree.
Vermeld in uw beroepschrift het volgende:
Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg - BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘’beroep omgevingsvergunning OMV_2025105248’’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.
De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 53 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015.