Beslissing - OMV_2026059969 - 2026121 - het aanleggen van verharding. te Bocholterkiezel 121B - afdeling 3 sectie B nr. 412M2 - voorwaardelijke vergunning - door CBS dd. 3 augustus 2026
BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING
Philippe Christiaens hebben een aanvraag ingediend voor:
Kort omschreven gaat het over Het aanleggen van verharding..
Omgevingsloket nr.: OMV_2026059969
De aanvraag heeft als adres afdeling 3 sectie B nr. 412M2.
Het College van burgemeester en schepenen heeft op 03/08/2026 de omgevingsvergunning voorwaardelijk verleend. onder volgende voorwaarden:
Voorwaarden en lasten:
- De aanvrager is ertoe verplicht het begin van de werkzaamhedenof handelingen waarvoor vergunning is verleend, door te geven via het Omgevingsloket ten minste acht dagen voor het aanvatten van die werkzaamheden of handelingen.
- Naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein) mogen geen hinder of
overlast ondervinden inzake hemelwaterproblematiek. Het hemelwater dat op de nieuwe
verharding(en)/constructie(s) terechtkomt, moet op natuurlijke wijze doorheen of naast die
verharding(en)/constructie(s) op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het hemelwater mag
niet rechtstreeks afwateren naar naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein).
Hemelwater mag eveneens niet opgevangen en rechtstreeks afgevoerd worden naar de openbare
riolering door middel van straatkolken, afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
- Ter hoogte van de rooilijn moet in de uitvoering een fysieke scheiding voorzien worden in de vorm van een niet-overrijdbare constructie of aanleg. Deze voorwaarde wordt dan ook opgelegd voor elk onderdeel in de voortuin ter hoogte van de rooilijn, met uitzondering van beide opritten van in totaal 7,50m. Ook ter hoogte van het onverhard gras op de plannen zal een fysieke scheiding voorzien moeten worden in de aanleg. De aanleg dient ten laatste uitgevoerd te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen (ergo tussen 01/11 en 31/03) volgend op de einde der werken en uiterlijk binnen het jaar na de start van de aanleg van de voortuin.
- De berm dient een waterdoorlatende grazige berm te blijven, enkel de zones in het verlengde en ter hoogte van de inritten mogen verhard worden met waterdoorlatende, niet-monoliete verharding.
- De werken mogen enkel gestart worden na schriftelijke toelating (staat van bevinding) van de technische dienst; Alvorens te starten met de werken, van welke aard ook, dient een staat vanbevinding te worden opgemaakt van het openbaar domein in een ruime omgeving rond hetbetrokken perceel. Dit dient te gebeuren in opdracht van en op kosten van de bouwheer. Dewerken mogen pas gestart worden na ondertekening van de staat van bevinding door eenafgevaardigde van de stedelijke technische dienst;
- Op het eigen terrein in de zone van ‘onverhard gras’ met grootte volgens plan van +/- 8m breed en 6m diep ter hoogte van de voorgevel dient minstens 1 hoogstammige boom geplant te worden. Op het inplantingsplan van de nieuwe toestand wordt in de voortuinzone de nodige groenaanleg voorzien in de vorm van onverhard gras.
Bijzonder voorwaarden bij het planten van nieuwe bomen:
- De boom moet van het type zijn tweede grootte-orde met een minimum plantmaat van 12/14.
- Nieuwe bomen dienen ten laatste aangeplant te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen (ergo tussen 01/11 en 31/03) volgend op de einde der werken en uiterlijk binnen het jaar na de start van de aanleg van de voortuin.
- De bomen dienen staanplaatsgeschikt te zijn. Alle nodige maatregelen (zoals steunpalen, beluchting van het plantgat, open boomspiegel, beschermd tegen wildvraat, etc.) dienen genomen te worden om de groei en vitaliteit van de bomen maximaal te stimuleren.
- De bomen dienen de volle wasdom te bereiken. Afgestorven bomen dienen steeds vervangen te worden in het eerstvolgende plantseizoen.
- Bij de aanplant van nieuwe bomen moeten de afstanden tot de perceelsgrens gerespecteerd worden volgens art. 3.133 (afstanden en beplantingen van boek 3 goederen) van het Burgerlijk Wetboek, namelijk: minimaal 2 meter tussen de perceels-grens en het midden van de boom.
- Alle groenvoorzieningen, graszones, bomen, structurele beplantingen en onverharde delen van het perceel dienen conform het vergund inplantingsplan ten laatste aangelegd te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen (ergo tussen 01/11 en 31/03) volgend op de einde der werken en uiterlijk binnen het jaar na de start van de aanleg van de voortuin.
- De zones zoals aangeduid op het inplantingsplan met ‘onverhard gras’ moeten ook minstens als dusdanig uitgevoerd worden. Deze aanleg kan niet gebeuren door eender welk type verharding zonder voorafgaandelijke bijkomende aanvraag tot omgevingsvergunning. Onder de definitie van het begrip verharding wordt elke vorm van “bodemafdekking” of “bodemafdichting” verstaan. Het gaat dan over “het aanbrengen van artificiële (semi-) ondoorlaatbare materialen waardoor essentiële ecosysteemfuncties van de bodem verloren gaan. Ter vrijwaring van de infiltratiecapaciteit van de bodem, het microklimaat en de biodiversiteit, is de aanleg van kunstgras en andere synthetische of semi-permanente kunstmatige bodembedekkingen (zoals worteldoek met grindzondering zonder beplanting) in de voortuin strikt verboden. De zones die niet vergund zijn als strikt noodzakelijke toegang of oprit, moeten permanent worden ingericht als een natuurlijke, levende groenzone.
- Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
- Indien ter bereikbaarheid van het perceel aanpassingswerken op het openbaar domein dienen te gebeuren zoals o.m. het verwijderen van een boom, verlichtings-paal, aanpassing van parkeerplaatsen, borduren,… dienen deze werken afzonderlijk aangevraagd te worden in samenspraak met de Technische Dienst van de stad Bree. Alle kosten voor eventuele aanpassingen aan het openbaar domein zijn voor de aanvrager (alle werken om aan te sluiten op de bestaande verhardingen, aanleg verhardingen, groenaanleg, verplaatsing van bestaande inrit,…). De berm mag niet verhard worden, zodat het regenwater de grond in kan trekken.
- Herstellingswerken aan het openbaar domein, van gebreken die het gevolg zijn van het uitvoeren van werken door of in opdracht van de bouwheer, zijn steeds ten laste van de bouwheer.
- Eventuele aanpassingen aan de nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas, telefoon, water, telekabel, riolering, verplaatsen verlichtingspalen,…..) ten behoeve van de bouw van dit project zijn volledig ten laste van de aanvrager.
- De vergunde plannen dienen strikt gevolgd te worden. Het niet-volgen van de vergunde plannen en het niet-tijdig en/of correct uitvoeren van de voorwaarden binnen de wettelijke of in de vergunning meegedeelde termijn(en) kan aanleiding geven tot de opstart van een handhavingsprocedure.
- Het uitvoeren en/of het in stand houden van de onvergunde handelingen kan aanleiding geven tot de opmaak van een proces-verbaal (in geval van een stedenbouwkundig misdrijf) of een bestuurlijk verslag van vaststelling (in geval van een stedenbouwkundige inbreuk) met als mogelijke gevolgen een bestuurlijke geldboete en een bestuurlijke herstelprocedure of gerechtelijke vervolging om aldus herstel af te dwingen.
Een afschrift van de beslissing kan je opvragen via omgevingsloket@bree.be
U kan, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing. U behoort tot het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid (waarschijnlijk) gevolgen ondervindt van, of belang hebt bij de beslissing over een omgevingsvergunning of de bijstelling van de vergunningsvoorwaarden.
Het beroep wordt bij voorkeur digitaal ingesteld via het omgevingsloket: omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be.
U kan ook een analoog beroep instellen. Stuur hiervoor een beroepschrift per aangetekende brief naar de deputatie van de provincie Limburg, op het volgende adres:
De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.
Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezet op.
Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing.
Bezorg gelijktijdig bij beveiligde zending (bij aangetekende brief, of tegen ontvangstbewijs, of via het omgevingsloket) een afschrift van uw beroepschrift aan:
- de vergunningsaanvrager.
- het college van burgemeester en schepenen van Bree.
Vermeld in uw beroepschrift het volgende:
Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg - BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘’beroep omgevingsvergunning OMV_2026059969’’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.
De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 53 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015.