Beslissing - OMV_2025130406 - 2025212 - het bouwen van een vrijstaand bijgebouw te Omselweg 86A - afdeling 5 sectie B nrs. 90B3 en 92G - voorwaardelijke vergunning - door CBS dd. 12 januari 2026
BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING
de heer Johan Grispen hebben een aanvraag ingediend voor:
Kort omschreven gaat het over het bouwen van een vrijstaand bijgebouw.
Omgevingsloket nr.: OMV_2025130406
De aanvraag heeft als adres afdeling 5 sectie B nrs. 90B3 en 92G.
Het College van burgemeester en schepenen heeft op 12/01/2026 de omgevingsvergunning voorwaardelijk verleend. onder volgende voorwaarden:
- De aanvrager is ertoe verplicht het begin van de werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, door te geven via het Omgevingsloket ten minste acht dagen voor het aanvatten van die werkzaamheden of handelingen;
- De vergunning strekt zich enkel uit tot het voorwerp van de aanvraag, zijnde het afbreken van het bestaand tuinhuis en het bouwen van een nieuwe tuinhuis.
- De bepalingen, vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse regering van 10/02/2023, dienen strikt opgevolgd te worden;
- De voorwaarden aan te houden die gesteld zijn in het voorwaardelijk gunstig advies van dienst Water en Domeinen van de Provincie Limburg dd 18/12/2025.
Er mag gebouwd worden omdat de berging die verloren gaat, beperkt blijft en er dus geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande constructievoorwaarden:
° Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn (i.e.
12 cm onder het niveau van de as van de weg).
° Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden
onder het kritisch overstromingspeil plus 10 cm.
° Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch
overstromingspeil is verboden.
° Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd
worden of opgesteld worden boven het kritisch overstromingspeil.
° Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v.
een betonnen voetplaat of dekplaat.
° Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het
kritisch overstromingspeil opgesteld worden.
° Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en
eventueel met een eigen pompinstallatie.
° Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
° Ophoging van het perceel moet beperkt blijven tot het gebouw zelf met een randzone
van 3 m rond het gebouw die in helling aansluit bij het niet-opgehoogde gedeelte.
Ophoging van een inrit van maximaal 3 m breed is toegestaan. De ophoging mag er
niet toe leiden dat water wordt afgevoerd naar lager gelegen aanpalende percelen.
° Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering
gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding
mogelijk is.
- Naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein) mogen geen hinder of overlast ondervinden inzake hemelwaterproblematiek. Het hemelwater dat op de nieuwe verharding(en)/constructie(s) terechtkomt, moet op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding(en)/constructie(s) op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het hemelwater mag niet rechtstreeks afwateren naar naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein).
Hemelwater mag eveneens niet opgevangen en rechtstreeks afgevoerd worden naar de openbare riolering door middel van straatkolken, afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen;
- Het onderscheid tussen hoofdwoning en bijgebouw dient strikt geïnterpreteerd. Het bijgebouw bij de woning mag enkel in gebruik worden genomen als tuinberging. Hier mogen geen hinderlijke activiteiten in worden uitgevoerd.
- De materialen moeten in overeenstemming blijven met de omgeving. Betonpanelen of industriegerelateerde materialen zijn niet toegestaan;
Een afschrift van de beslissing kan je opvragen via omgevingsloket@bree.be
U kan, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing. U behoort tot het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid (waarschijnlijk) gevolgen ondervindt van, of belang hebt bij de beslissing over een omgevingsvergunning of de bijstelling van de vergunningsvoorwaarden.
Het beroep wordt bij voorkeur digitaal ingesteld via het omgevingsloket: omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be.
U kan ook een analoog beroep instellen. Stuur hiervoor een beroepschrift per aangetekende brief naar de deputatie van de provincie Limburg, op het volgende adres:
De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.
Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezet op.
Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing.
Bezorg gelijktijdig bij beveiligde zending (bij aangetekende brief, of tegen ontvangstbewijs, of via het omgevingsloket) een afschrift van uw beroepschrift aan:
- de vergunningsaanvrager.
- het college van burgemeester en schepenen van Bree.
Vermeld in uw beroepschrift het volgende:
Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg - BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘’beroep omgevingsvergunning OMV_2025130406’’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.
De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 53 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015.