Beslissing - OMV_2025113120 - 2025190 - het bouwen van 5 half open eengezinswoningen te Peerderbaan 32, /1 en /1 - afdeling 2 sectie A nrs. 380T2, 380S2 en 380R2 - voorwaardelijke vergunning - door CBS dd. 2 februari 2026

 

BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING

 

 

de heer Andy Kravanja hebben een aanvraag ingediend voor:

  • stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 van de VCRO
  • de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit

 

Kort omschreven gaat het over het bouwen van 5 half open eengezinswoningen.

 

Omgevingsloket nr.: OMV_2025113120

 

De aanvraag heeft als adres afdeling 2 sectie A nrs. 380T2, 380S2 en 380R2.

 

Het College van burgemeester en schepenen heeft op 02/02/2026  de omgevingsvergunning voorwaardelijk verleend. onder volgende voorwaarden:

Bijzondere milieuvoorwaarde

Algemene voorwaarden:

• Hfdst 4.1: algemene voorwaarden

• Hfdst 4.2: beheersing van oppervlaktewaterverontreiniging

• Hfdst 4.3: beheersing van bodem- en grondwaterverontreiniging

• Hfdst 4.4: beheersing van luchtverontreiniging

• Hfdst 4.5: beheersing van geluidshinder

• Hfdst 4.6: beheersing van hinder door licht

• Hfdst 4.8: verwijdering van PCB’s en PCT’s

• Hfdst 4.9: energieplanning en energieaudits

• Hfdst 4.10: emissies van broeikasgassen

 

Sectorale voorwaarden:

• Hfdst 5.2: inrichtingen voor de verwerking van afvalstoffen

• Hfdst 5.5: pesticiden

• Hfdst 5.6: brandstoffen en brandbare vloeistoffen

• Hfdst 5.15: garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

• Hfdst 5.17: opslag van gevaarlijke stoffen

• Hfdst 5.53: winning van grondwater

 

''De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/''.

Stedenbouwkundige voorwaarden

- U dient de start en het einde van de werken in te geven in het Omgevingsloket.

- De vergunning strekt zich enkel uit tot het voorwerp van de aanvraag, zijnde het bouwen van 5 half open eengezinswoningen, zoals aangeduid op de ingediende plannen.

- Vergunnings- en/of meldingsplichtige handelingen die reeds op het perceel zijn uitgevoerd maar niet zijn opgenomen in de huidige aanvraag werden niet beoordeeld en zijn bijgevolg uitgesloten van huidige vergunning.

- De voorwaarden opgelegd in het gunstig advies van Proximus (dd. 28/10/2025), dienen strikt opgevolgd te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket.

- De voorwaarden opgelegd in het gunstig advies van Wyre - Netaanleg (dd. 31/10/2025), dienen strikt opgevolgd te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket.

- De voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius (dd. 19/11/2025), dienen strikt opgevolgd te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket.

- De voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Wegen en Verkeer - Oost Limburg (dd. 25/01/2026), dienen strikt opgevolgd te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket. Echter, de bestaande inrit van 6,00 m breed mag behouden blijven en moet niet aangepast worden naar 4,50 m zoals vermeldt in voornoemd advies.

- Alle onverharde delen van het perceel dienen aangelegd te worden zoals aangeduid op het ingediende inplantingsplan. Het aanleggen van de onverharde zones dient uitgevoerd te worden binnen de 24 maanden na de ingebruikname van de woning.

- Ter hoogte van de groenvoorzieningen, graszones, structurele beplantingen en onverharde delen (zoals aangeduid op het ingediende inplantingsplan) moeten kiezelstenen, worteldoeken en alle andere verhardingen en niet waterdoorlatende materialen volledig en permanent verwijderd worden, en dit ten laatste 24 maanden na de ingebruikname van de woning. Het aanbrengen van boomschors op onverharde delen kan enkel in combinatie met structurele beplantingen, zonder worteldoek.

- Op het eigen terrein dienen minstens 22 nieuwe bomen geplant geplant te worden.

- Bijzonder voorwaarden bij het planten van nieuwe bomen:

- De bomen dienen aangeplant te worden zoals voorzien op het inplantingsplan.

- Minimum plantmaat van 12/14.

- Nieuwe bomen dienen aangeplant te worden in het plantseizoen (van 01/11 tot 31/03) en ten laatste 24 maanden na de ingebruikname van de woning.

- Alle nodige maatregelen (zoals steunpalen, beluchting van het plantgat, open boomspiegel, beschermd tegen wildvraat, etc.) dienen genomen te worden om de groei en vitaliteit van de bomen maximaal te stimuleren.

- De bomen dienen de volle wasdom te bereiken. Afgestorven bomen dienen steeds vervangen te worden in het eerstvolgende plantseizoen.

- De hoogte van de (volwassen) bomen dient minimaal 12 meter te zijn. De bomen dienen staanplaatsgeschikt te zijn en te bestaan uit inheemse soorten zoals Zomereik, esdoorn, haagbeuk, es, beuk, linde, …. Een hulpmiddel voor het vinden van een geschikte boom is de volgende website: www.klimaatbomeninlimburg.be/klimaatbomen. Door het toepassen van de juiste filters (hoogte, bodem,..) kan een geschikte boom gevonden worden.

- Bij de aanplant van nieuwe bomen moeten de afstanden tot de perceelsgrens gerespecteerd worden volgens art. 3.133 (afstanden en beplantingen van boek 3 goederen) van het Burgerlijk Wetboek, namelijk: minimaal 2 meter tussen de perceelsgrens en het midden van de boom.

- Onder de kruinprojectie van de te behouden bomen mogen gaan afgravingen of ophogingen van het terrein gebeuren die het bestaand wortelgestel nadelig beïnvloeden.

- Tijdens alle werkzaamheden dient de aannemer te letten op de bescherming van de wortelstructuur van de te behouden bomen (geen zwaar werfverkeer, geen graafwerken, geen bouwwerkzaamheden, geen maaiveldaanpassingen, …) onder de kruinprojectie van de bomen.

- Er mogen tijdens de volledige duur van de werkzaamheden geen bouwmaterialen of grondstoffen gestapeld worden onder de kruinprojectie van de te behouden bomen.

- De inplanting van nieuwe hemelwaterputten en het tracé van ondergrondse leiding en/of afvoeren is ondergeschikt aan de inplanting van zowel bestaande als nieuwe bomen.

- Om het gebruik van de fiets te stimuleren moet er aanvullend op de fietsenbergplaats t.h.v. woning A5 een tweede collectieve fietsenbergplaats voorzien worden in de nabijheid van woningen A1 en A2.

- Alle kosten voor eventuele aanpassingen aan het openbaar domein zijn voor de aanvrager  (alle werken om aan te sluiten op de bestaande verhardingen, aanleg verhardingen, groenaanleg, verplaatsing van bestaande inrit, …).

- Eventuele aanpassingen aan de nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas, telefoon, water, telekabel, riolering, verplaatsen verlichtingspalen,…..) ten behoeve van de bouw van dit project zijn volledig ten laste van de aanvrager.

- De berm dient een waterdoorlatende grazige berm te blijven.

- Men dient de huisaansluitingsputjes ( DWA + RWA ) van de bestaande woning te gebruiken. Aals dit niet kan dient men de bestaande aansluiting af te dichten en 1 foto van deze afdichting door te sturen naar de technische dienst.

- De bepalingen, vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse regering van 10/02/2023, dienen strikt opgevolgd te worden.

- De richtlijnen, bepalingen en eventuele lasten van het sloopopvolgingsplan opgesteld door PROFEX nv met referentie 25-36523 (dd. 25/09/2025), dienen strikt gevolgd te worden.

- De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond (met inbegrip van de fundering) en samen met de verhardingen op het terrein; Na de afbraakwerken dient alle materiaal te worden afgevoerd van het terrein, inclusief eventueel aanwezige ondergrondse bouwdelen.

- De bouwheer / aannemer dient het afval afkomstig van de sloopwerken op reglementaire wijze in te zamelen en af te voeren.

- De sloopwerkzaamheden dienen te gebeuren binnen een periode van 6 maanden nadat de sloopwerkzaamheden werden gestart.

- De wettelijke verplichtingen opgenomen in het decreet betreffende de omgevingsvergunning (d.d. 25-04-2014 en latere wijzigingen), het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (d.d. 27-10-2006 en latere wijzigingen) en het Materialendecreet (d.d. 23-12-2011 en latere wijzigingen) dienen strikt gevolgd te worden.

- Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

- Asbesthoudende dakbedekking en andere asbesthoudende materialen moeten afgebroken worden conform de geldende reglementering waarbij bij de uitvoering van deze werken alle nodige maatregelen moeten worden getroffen om verspreiding van stof en asbestvezels in de omgeving te vermijden en dit conform Vlarem II, hoofdstuk 6.4 – Beheersing van asbest en/of www.asbestinfo.be.

- Het slopen van de gebouwen dient te gebeuren volgens het principe van een goede huisvader. De nodige maatregelen moeten worden genomen om eventuele schade aan aanpalende eigendommen te voorkomen.

- Naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein) mogen geen hinder of overlast ondervinden inzake hemelwaterproblematiek. Het hemelwater dat op de nieuwe verharding(en)/constructie(s) terechtkomt, moet op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding(en)/constructie(s) op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het hemelwater mag niet rechtstreeks afwateren naar naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein). Hemelwater mag eveneens niet opgevangen en rechtstreeks afgevoerd worden naar de openbare riolering door middel van straatkolken, afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

- De vergunde plannen dienen strikt gevolgd te worden. Het niet-volgen van de vergunde plannen en het niet-tijdig en/of correct uitvoeren van de voorwaarden binnen de wettelijke of in de vergunning meegedeelde termijn(en) kan aanleiding geven tot de opstart van een handhavingsprocedure.

- Het uitvoeren en/of het in stand houden van de onvergunde handelingen kan aanleiding geven tot de opmaak van een proces-verbaal (in geval van een stedenbouwkundig misdrijf) of een bestuurlijk verslag van vaststelling (in geval van een stedenbouwkundige inbreuk) met als mogelijke gevolgen een bestuurlijke geldboete en een bestuurlijke herstelprocedure of gerechtelijke vervolging om aldus herstel af te dwingen.

- De standaardbepalingen van Fluvius m.b.t. de riolering dienen te worden nageleefd.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 10/02/2023 (GSV hemelwater).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.

In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.

Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.

De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer:

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

- De volgende voorwaarden in verband met bronbemaling:

Het grondwater dat onttrokken wordt bij de bronbemalingen bedoeld in subrubriek 53.2 van de indelingslijst moet, in zoverre dit met toepassing van beste beschikbare technieken mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden ingebracht buiten de onttrekkingszone. Hiervoor kan gebruikgemaakt worden van infiltratieputten, infiltratiebekkens of infiltratiegrachten. Indien dit technisch onmogelijk is mag het water geloosd worden in het openbare of private hydrografische net. De infiltratie of de lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

Volumes hoger dan 10 m3 per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.

Het grondwater dat onttrokken wordt bij de draineringen, bedoeld in subrubriek 53.3 van de indelingslijst alsook bij de bronbemalingen, bedoeld in subrubriek 53.4 en 53.5 van de indelingslijst, moet, in zoverre dit met toepassing van de beste beschikbare technieken mogelijk is, nuttig worden gebruikt.

Volumes hoger dan 10 m3 per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.

Bij overmacht door overstromingsgevaar is de exploitant van een bronbemaling die noodzakelijk is voor de waterbeheersing van de mijnverzakkingsgebieden, bedoeld in subrubriek 53.4.2° van de indelingslijst, ontslagen van het respecteren van het vergunde dagdebiet, opgelegd in de verleende vergunning.

- De riolering aan te leggen als een gescheiden stelsel bestaande uit  1/ DWA (droog weder afvoer)  + 2/ INFILTRATIERIOOL (regenafvoer).

- Bij lozing van meer dan 10 m³ bemalingswater per uur op een riolering, afwaterend naar een Aquafin-RWZI, dient de toestemming van Aquafin worden gevraagd.

- Alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een Omgevingsvergunning vereist is en aangevraagd, moeten uitgerust zijn met correct geïnstalleerde rookmelders. De nodige informatie omtrent deze verplichting dient u te raadplegen via:

www.vlaanderen.be/bouwen-wonen-en-energie/veilig-gezond-en-kwaliteitsvol-wonen/woningkwaliteitsnormen/rookmelders

- Grondverzet en wateroverlast dienen opgevangen te worden op het eigen perceel. Indien de aanhoging van het terrein hoger voorzien is dan de aanpalende percelen is de aanvrager verplicht om keerwanden te voorzien op eigen terrein, tenzij anders overeengekomen met de betrokken aanpalende eigenaars.

- Herstellingswerken aan het openbaar domein, van gebreken die het gevolg zijn van het uitvoeren van werken door of in opdracht van de aanvrager, zijn steeds ten laste van de aanvrager

- Indien ter bereikbaarheid van het perceel werken dienen te gebeuren aan en/of op het openbaar domein (zoals o.m. het verwijderen van een boom, verlichtingspaal, opheffing parkeerplaatsen/borduur, …) dienen deze werken te worden uitgevoerd door de Stedelijke Technische Dienst en/of onder toezicht van de Stedelijke Technische Dienst, de volledige kosten voor deze werken worden gedragen door de aanvrager.

- Werken aan en/of op het openbaar domein dienen steeds in samenspraak met de Technische Dienst van de stad Bree of de wegbeheerder te gebeuren.

- Het gebruik van het openbaar domein tijdens de uitvoering van de werken is verboden tenzij hiervoor vooraf een schriftelijke toelating afgeleverd is door de stad Bree. Indien de uitvoering van de werken de inname van het openbaar domein verreist (innemen van een gedeelte van de rijweg, stoep, parkeerplaats(en), berm, …), dient voorafgaandelijk aan de inname een (tijdelijke) toelating “plaatsrecht op het openbaar domein” aangevraagd te worden. Het afleveren van deze toelating houdt automatisch de verplichting in tot het betalen van een retributie. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein. Meer info:

https://www.bree.be/mobiliteit/vergunningen/inname-openbaar-domein-aanvragen

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, als die nodig zouden zijn.

 

Een afschrift van de beslissing kan je opvragen via omgevingsloket@bree.be

 

U kan, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing. U behoort tot het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid (waarschijnlijk) gevolgen ondervindt van, of belang hebt bij de beslissing over een omgevingsvergunning of de bijstelling van de vergunningsvoorwaarden.

 

Het beroep wordt bij voorkeur digitaal ingesteld via het omgevingsloket: omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be.

U kan ook een analoog beroep instellen. Stuur hiervoor een beroepschrift per aangetekende brief naar de deputatie van de provincie Limburg, op het volgende adres:

De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.

Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezet op.

Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing.

Bezorg gelijktijdig bij beveiligde zending (bij aangetekende brief, of tegen ontvangstbewijs, of via het omgevingsloket) een afschrift van uw beroepschrift aan:

-          de vergunningsaanvrager.

-          het college van burgemeester en schepenen van Bree.

Vermeld in uw beroepschrift het volgende:

  1. uw naam en adres en het feit dat u een beroep instelt als lid van het betrokken publiek;
  2. de volgende referentie: OMV_2025113120;
  3. de redenen waarom u beroep aantekent;
  4. een omschrijving van de gevolgen die u ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van deze beslissing of het belang dat u hebt bij de beslissing over de omgevingsvergunning.
  5. of u gehoord wenst te worden.

 

Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg - BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘’beroep omgevingsvergunning OMV_2025113120’’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.

De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 53 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015.