Beslissing - OMV_2025153688 - 2025276 - de ontwikkeling van projectzone e bree te Markt 10, 10A, /1, /2, /3, /1, /2, /3, 12, Vrijthof 11, 12, 13 en 14 - afdeling 1 sectie B nrs. 346E, 348G, 348L, 350V, 355D, 356G, 356F, 357E, 357F en 357C - voorwaardelijke vergunning - door CBS dd. 5 oktober 2026
BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING
Brede 21 BV hebben een aanvraag ingediend voor:
Kort omschreven gaat het over de ontwikkeling van projectzone E Bree.
Omgevingsloket nr.: OMV_2025153688
De aanvraag heeft als adres afdeling 1 sectie B nrs. 346E, 348G, 348L, 350V, 355D, 356G, 356F, 357E, 357F en 357C.
Het College van burgemeester en schepenen heeft op 05/10/2026 de omgevingsvergunning voorwaardelijk verleend. onder volgende voorwaarden:
Bijzondere milieuvoorwaarde
Gecoördineerde toestand.
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerde toestand | Klasse |
16.3.2°a) | Fysisch behandelen van gassen | 65 kW | 3 |
55.1.1° | Verticale boringen | 27 boringen (130 m diep) | 3 |
Bijzondere voorwaarden.
- De bomen dienen aangeplant te worden zoals voorzien op het inplantingsplan.
- Minimum plantmaat van 12/14.
- Nieuwe bomen dienen aangeplant te worden in het plantseizoen (van 01/11 tot 31/03) vóór de ingebruikname van de gebouwen.
- Alle nodige maatregelen (zoals steunpalen, beluchting van het plantgat, open boomspiegel, beschermd tegen wildvraat, etc.) dienen genomen te worden om de groei en vitaliteit van de bomen maximaal te stimuleren.
- De bomen dienen de volle wasdom te bereiken. Afgestorven bomen dienen steeds vervangen te worden in het eerstvolgende plantseizoen.
- De hoogte van de (volwassen) bomen dient minimaal 8 meter te zijn. De bomen dienen staanplaatsgeschikt te zijn en te bestaan uit inheemse soorten zoals Zomereik, esdoorn, haagbeuk, es, beuk, linde, …. Een hulpmiddel voor het vinden van een geschikte boom is de volgende website: www.klimaatbomeninlimburg.be/klimaatbomen. Door het toepassen van de juiste filters (hoogte, bodem,..) kan een geschikte boom gevonden worden.
- Bij de aanplant van nieuwe bomen moeten de afstanden tot de perceelsgrens gerespecteerd worden volgens art. 3.133 (afstanden en beplantingen van boek 3 goederen) van het Burgerlijk Wetboek, namelijk: minimaal 2 meter tussen de perceelsgrens en het midden van de boom.
- Acer campestre.
- Acer monspessulanum.
- Albizia julibrissin.
- Alnus cordata.
- Betulus albosinensis.
- Catalpa bignonioides.
- Fraxinus ornus.
- Gleditsia sinensis.
- Ilex aquifolium.
- Koelreuteria paniculata.
- Sorbus aria.
- Sorbus latifolia.
- Sorbus x thuringiaca.
- Taxus baccata.
- Plantputten moeten vierkant of rond zijn met een verticale wand. De diepte en grootte van de plantput is afhankelijk van de grootte van het wortelgestel. Hier is de algemene regel dat de diameter van de plantput 30 cm groter moet zijn dan de diameter van de wortels of kluit. Verder moet de plantput minstens 80 cm diep zijn.
- De plantput dient volledig aangevuld te worden met natuurlijke geschikte teelaarde, hier mogen geen andere bodemvreemde materialen in aanwezig zijn.
- In de plantput moeten 3 boompalen met een lengte van minimaal 2 m aangebracht worden
- Het is verboden om palen door de kluit te slaan.
- De 3 boompalen moeten verbonden worden 10 cm onder het uiteinde.
- De boom wordt met minimum 1 boomband per boompaal verbonden.
- Het is niet toegelaten om op minder dan 2 meter van de stam een verharding aan te leggen, de bodem te belasten / te verdichten of ingrijpende handelingen te doen die de bomen nadelig beïnvloeden of beschadigen.
Algemene voorwaarden.
Sectorale voorwaarden.
“De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/”.
Stedenbouwkundige voorwaarden
- De aanvrager is ertoe verplicht het begin van de werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, door te geven via het Omgevingsloket ten minste acht dagen voor het aanvatten van die werkzaamheden of handelingen.
- De aanvrager is ertoe verplicht het einde van de werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, door te geven via het Omgevingsloket.
- De vergunning strekt zich enkel uit tot het voorwerp van de aanvraag, zijnde de ontwikkeling van projectzone E Bree, zoals aangeduid op de goedgekeurde plannen.
- Vergunnings- en/of meldingsplichtige handelingen die reeds op het perceel zijn uitgevoerd maar niet zijn opgenomen in de huidige aanvraag werden niet beoordeeld en zijn bijgevolg uitgesloten van huidige vergunning.
- Deze raamopeningen in de achtergevel van blok A “Vrijthof” (de gevel tot tegen de perceelsgrens met de aanpalende buur) moeten worden uitgevoerd als lichten (vast en ondoorzichtig glas), conform artikel 3.132 van het Burgerlijk Wetboek. De raamopeningen in de gevel op de perceelsgrens dienen van het vaste type te zijn (niet-openend) en permanent en volledig te worden uitgerust met ondoorzichtige beglazing van een kwalitatieve klasse (minimaal matglas of gezuurd glas). Het aanbrengen van een naderhand verwijderbare folie of coating is niet toegestaan.
- Het terras in de kopgevel van Blok A “Vrijthof” t.h.v. de Markt op verdieping +2 mag pas starten op minimaal 1,90 meter afstand van de linker perceelsgrens. De resterende zone tussen de terrasvloer en de perceelsgrens moet via een vaste, structurele voorziening (b.v. een ingebouwde plantenbak of een niet-betreedbaar extensief groendak) permanent onbegaanbaar worden gemaakt.
- De terrassen bij entiteiten 0.6, 1.6 en 2.6 moeten langs de korte zijde van 1,30 m voorzien worden met een ondoorzichtige afsluiting in de vorm van niet-transparant glas. Deze afsluiting moet voldoen aan onderstaande voorwaarden:
- Het glas moet zodanig mat, gezuurd of gezandstraald zijn dat men er geen scherpe contouren of personen doorheen kan herkennen. Er mag met andere woorden enkel licht doorlaten worden (dit valt dan onder de juridische noemer 'licht'), maar er mag absoluut geen sprake zijn van een 'zicht'.
- Deze wand moet hoog genoeg zijn zodat het zicht verhinderd wordt. In de praktijk betekent dit dat de wand vanaf de terrasvloer gemeten minstens 2 meter hoog moet zijn, zodat een volwassen persoon er niet zomaar overheen kan kijken.
- Het matglazen scherm moet tevens een vaste constructie zijn. Het mag dus geen raam of paneel zijn dat opengedraaid of weggeschoven kan worden.
- De terrassen van de entiteiten 0.4, 1.4 en 2.4 moeten ingekort worden op niveau van het gelijkvloers, verdieping +1 en verdieping +2. Het terras mag op elk niveau pas starten op de minimale afstand van 1,90m t.o.v. de perceelsgrens. Een nodige inkorting maakt dat de terrassen op de drie niveaus slechts een diepte kunnen hebben van 2,03 m.
- Het terras van entiteit 3.2. mag pas starten op minimaal 1,90 m afstand van de laterale perceelsgrens. De resterende zone tussen de terrasvloer en de dakrand moet via een vaste, structurele voorziening (b.v. een ingebouwde plantenbak of een niet-betreedbaar extensief groendak) permanent onbegaanbaar worden gemaakt.
- Alle zichtbaar blijvende gevels op de perceelsgrenzen moeten volwaardig afgewerkt worden met de zelfde materialen als de rest van het bouwvolume. Het niet afwerken van zichtbaar blijvende (wacht)gevels is niet toegelaten.
- Aan elke woongelegenheid moet minstens één parkeerplaats onlosmakelijk verbonden zijn. Dit dient als privatief deel (horende bij elke woongelegenheid) opgenomen te worden in de basisakte van het woonproject.
- Voorwaarden en/of lasten opgelegd in de adviezen van adviesinstanties dienen strikt opgevolgd te worden. De adviezen kunnen integraal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket.
- De lasten en/of voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre - Netaanleg (dd. 27/04/2026), dienen strikt opgevolgd te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket. Bijzondere aandacht (niet limitatief) dient uit te gaan naar:
- De noodzakelijke netuitbreiding.
- Het verplaatsen van bestaande leidingen/apparatuur bij de sloop van de gebouwen.
- De lasten en/of voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van Proximus (dd. 27/04/2026), dienen strikt opgevolgd te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket.
- De noodzakelijke netwerkanalyse en netuitbreiding.
- Het melden van sloop- en/of gevelwerken.
- De lasten en/of voorwaarden opgelegd in voorwaardelijk gunstig advies van De Watergroep - Provinciale directie Limburg (dd. 29/04/2026), dat strikt opgevolgd dient te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket. Bijzondere aandacht (niet limitatief) dient uit te gaan naar:
- Uitbraak van de bestaande aftakking bij sloop.
- Richtlijnen tellerlokaal.
- Muurdoorgangen.
- De lasten en/of voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van FOD Binnenlandse Zaken - ASTRID Veiligheidscommissie (dd. 12/05/2026), dat strikt opgevolgd dient te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket. Bijzondere aandacht (niet limitatief) dient uit te gaan naar:
- Volledige ASTRID indoordekking in de alle ondergrondse verdiepingen.
- De lasten en/of voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van Provincie Limburg – Dienst Water en Domeinen (dd. 15/09/2026), dat strikt opgevolgd dient te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket. Bijzondere aandacht (niet limitatief) dient uit te gaan naar de opgelegde constructievoorwaarden:
- Minimaal volume van de open infiltratievoorziening.
- Minimale oppervlakte van de open infiltratievoorziening.
- Minimale dekking van de open infiltratievoorziening t.o.v. de hoogste grondwaterstand.
- Materialen en opbouw van de open infiltratievoorziening.
- Verbod op het planten van verlandingsvegetatie in de open infiltratievoorziening.
- De lasten en/of voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van Hulpverleningszone Noord-Limburg – Preventiedienst (dd. 21/09/2026), dat strikt opgevolgd dient te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket. Bijzondere aandacht (niet limitatief) dient uit te gaan naar:
- Structurele elementen parkeergarage R120.
- Lift in appartement 3.1 – Scheiding conform voorzien.
- Veiligheidsverlichting voorzien.
- Brandscherm verlaagd plafond horeca-gedeelte voorzien.
- Houten gevelbekleding gebouw B dient in zijn volledige opbouw te voldoen aan D-s3, d1.
- Brandwerende scheiding van isolatie in de buitenschil van gebouw A dient te voldoen aan de voorwaarden in Bijlage 5/1.
- Compartimentering, branddetectie en -bestrijding te voorzien in de bestaande Augustijnerparking én in de nieuwe parkeergarage conform geldende regelgeving en ingediende principeplannen.
- Centrale controle- en bedieningspost voorzien voor de totale parkeergarage.
- Plafond horeca gedeelte stabiliteit en brandscherm conform voorzien.
- Drukknop W&A voorzien in horecagedeelte.
- Gevraagde attesten en keuringsverslagen kunnen voorleggen.
- Interventiedossier aan Brandweer bezorgen.
- De 26 wooneenheden, de handelsruimte en nieuwe ondergrondse parkeergarage mogen pas is gebruik worden genomen na een gunstig eindcontroleverslag van de Hulpverleningszone Noord-Limburg. De aanvrager dient zich te richten tot de zonecommandant van de Hulpverleningszone Noord-Limburg zodat kan worden nagegaan of aan alle opgelegde voorwaarden werd voldaan (in aanwezigheid van architect en bouwheer). Vooraleer een afspraak tot eindcontrole vastgelegd wordt, dienen alle gevraagde documenten (attesten, verklaringen, keuringsverslagen,… ) in het bezit van de Hulpverleningszone te zijn.
- De lasten en/of voorwaarden opgelegd in het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius - DIGI (dd. 29/09/2026), dat strikt opgevolgd dient te worden. Het advies kan digitaal geraadpleegd worden in het Omgevingsloket. Bijzondere aandacht (niet limitatief) dient uit te gaan naar:
- Het oprichten van de nieuwe distributiecabine.
- Gratis grondafstand t.b.v. de nieuwe distributiecabine
- Aanleg van nieuwe nutleidingen.
- Aanleg, installatie en/of verplaatsing van verlichtingspalen.
- Afsluitingen, aansluitingen en keuringen
- De richtlijnen, bepalingen en randvoorwaarden in de in akte genomen archeologienota (projectcode 2025K12, ID 35098) dienen strikt gevolgd te worden.
- Het aangevraagde moet na realisatie voldoen aan alle toepasselijke artikels van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende Toegankelijkheid van 05/06/2009. Bijkomend moet er aan alle voorwaarden en opmerkingen van de aftoetsing regelgeving toegankelijkheid van INTER (dd. 12/11/2025 met ref. 20252865) voldaan worden.
- Alle groenvoorzieningen, graszones, bomen, structurele beplantingen en onverharde delen van het perceel (inclusief groendaken) dienen uitgevoerd en/of aangeplant te worden zoals aangeduid op het ingediende inplantingsplan. De aanplant/aanleg van de onverharde zones dient uitgevoerd te worden in het plantseizoen (ergo tussen 01/11/2024 en 31/03/2025 en vóór de ingebruikname van de gebouwen.
- Ter hoogte van de groenvoorzieningen, graszones, structurele beplantingen en onverharde delen (zoals aangeduid op het ingediende inplantingsplan) moeten kiezelstenen, worteldoeken en alle andere verhardingen en niet waterdoorlatende materialen volledig en permanent verwijderd worden vóór de ingebruikname van de gebouwen. Het aanbrengen van boomschors op onverharde delen kan enkel in combinatie met structurele beplantingen, zonder worteldoek.
- Ter hoogte van. de gelijkvloerse betonnen penanten van blok A, aan de zijde van de Markt en Vrijthof (zie aangepast plan) moeten er straatgeveltuintjes aangelegd worden. De straatgeveltuintjes moeten aangelegd worden op initiatief van de aanvrager conform de bepalingen van het gemeenteraadsbesluit dd. 17/02/2020 betreffende ingrepen tot bevorderingen van de vergroening van straten en pleinen.
- Herstellingswerken aan het openbaar domein, van gebreken die het gevolg zijn van het uitvoeren van werken door of in opdracht van de aanvrager, zijn steeds ten laste van de aanvrager.
- Indien ter bereikbaarheid van het perceel werken dienen te gebeuren aan en/of op het openbaar domein (zoals o.m. het verwijderen van een boom, verlichtingspaal, opheffing parkeerplaatsen/borduur, …) dienen deze werken te worden uitgevoerd door de Stedelijke Technische Dienst en/of onder toezicht van de Stedelijke Technische Dienst, de volledige kosten voor deze werken worden gedragen door de aanvrager.
- Werken aan en/of op het openbaar domein dienen steeds in samenspraak met de Technische Dienst van de stad Bree of de wegbeheerder te gebeuren.
- De inname van het openbaar domein tijdens de uitvoering van de werken is verboden tenzij hiervoor vooraf een schriftelijke toelating afgeleverd is door de stad Bree. Indien de uitvoering van de werken de inname van het openbaar domein verreist (innemen van een gedeelte van de rijweg, stoep, parkeerplaats(en), berm, …), dient voorafgaandelijk aan de inname een (tijdelijke) toelating “plaatsrecht op het openbaar domein” aangevraagd te worden. Het afleveren van deze toelating houdt automatisch de verplichting in tot het betalen van een retributie. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein. Meer info: https://www.bree.be/mobiliteit/vergunningen/inname-openbaar-domein-aanvragen
- De werfinrichting dient zodanig te worden georganiseerd dat de veiligheid en doorstroming van het openbaar domein te allen tijde gegarandeerd blijven.
- Er dient rekening te worden gehouden met de wekelijkse markt op vrijdagvoormiddag in het centrum (van 06u00 tot 14u00).
- Vóór de opstart van de werken (incl. sloop) dient de vergunninghouder een coördinatievergadering te organiseren met de stad Bree en alle relevante betrokken stadsdiensten (o.a. omgeving, mobiliteit, technische dienst, evenementen, communicatie, markten en kermissen, …), én relevante bovenlokale diensten (o.a. brandweer, politie, nutsmaatschappijen, adviesinstanties, …). In deze vergadering worden minstens de fasering van de werken, de werfinrichting, verkeersmaatregelen, signalisatie en de afspraken i.f.v. marktdagen, kermissen en evenementen vastgelegd.
- Men dient de nodige maatregelen te treffen opdat alle inrichtingen (bestratingen, bomen, straatmeubilair, verlichting, …) op het openbaar domein beschermd worden tijdens de volledige duur van de werken. Voor wat betreft alle bomen die binnen de werfzone vallen wordt de bepalingen van het type bestek 250 versie 5.0 onverminderd toegepast.
- Het huidig niveau van het openbaar domein dient behouden te blijven en mag lokaal niet opgehoogd worden.
- Voor het begin van de werken dient er een plaatsbeschrijving opgemaakt te worden van zowel de aanvoerroute alsook van de afvoerroute (o.a. Hoogstraat, Kloosterstraat, Markt, Nieuwstadstraat, Vrijthof, …) via waar bouwmaterieel en/of puin wordt aangevoerd en afgevoerd.
- De richtlijnen, randvoorwaarden, bepalingen en eventuele lasten van de in akte genomen archeologienota (projectcode 2025K12, ID 35098), dienen strikt gevolgd te worden.
- De richtlijnen, bepalingen en eventuele lasten van het sloopopvolgingsplan opgesteld door TAUW België nv (ref. R001-1488283SFK-V01, dd. 05/03/2026), dienen strikt gevolgd te worden.
- De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond (met inbegrip van de fundering) en samen met de verhardingen op het terrein; Na de afbraakwerken dient alle materiaal te worden afgevoerd van het terrein, inclusief eventueel aanwezige ondergrondse bouwdelen.
- De bouwheer / aannemer dient het afval afkomstig van de sloopwerken op reglementaire wijze in te zamelen en af te voeren.
- De sloopwerkzaamheden dienen te gebeuren binnen een periode van 6 maanden nadat de sloopwerkzaamheden werden gestart.
- De wettelijke verplichtingen opgenomen in het decreet betreffende de omgevingsvergunning (d.d. 25/04/2014 en latere wijzigingen), het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (d.d. 27/10/2006 en latere wijzigingen) en het Materialendecreet (d.d. 23/12/2011 en latere wijzigingen) dienen strikt gevolgd te worden.
- Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van VLAREM II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
- Asbesthoudende dakbedekking en andere asbesthoudende materialen moeten afgebroken worden conform de geldende reglementering waarbij bij de uitvoering van deze werken alle nodige maatregelen moeten worden getroffen om verspreiding van stof en asbestvezels in de omgeving te vermijden en dit conform VLAREM II, hoofdstuk 6.4 – Beheersing van asbest en/of www.asbestinfo.be.
- Het slopen van de gebouwen dient te gebeuren volgens het principe van een goede huisvader. De nodige maatregelen moeten worden genomen om eventuele schade aan aanpalende eigendommen te voorkomen.
- Alle vrijgekomen wachtgevels van de aanpalende gebouwen dienen te worden afgewerkt als volwaardige buitengevel (volwaardige materialen zoals baksteen of steenstrips, geen plaatmateriaal of doek). Het uiterlijk voorkomen van de gevelsteen dient in overeenstemming te zijn met de reeds bestaande gevelsteen van de aanpalende gebouwen. De vrijgekomen wachtgevels dienen voorzien te worden van een gepaste gevelopbouw opdat de huidige EPC-attesten van de desbetreffende aanpalende constructies blijven gelden. De werken dienen voltooid te worden vóór de ingebruikname van de gebouwen.
- Het toepassen van traditionele, trillingsproducerende heimethoden (zoals o.a. het heien van prefab betonpalen of stalen buispalen met een valgewicht of dieselblok) is strikt verboden. Funderingspalen, damwanden, boringen … dienen volledig trillingsvrij of trillingsarm te worden ingebracht. Toegestane technieken zijn onder meer grondverdringend schroeven, persen, boren of het toepassen van in de grond gevormde palen. De vergunninghouder dient de gekozen techniek vooraf ter goedkeuring voor te leggen.
- Voor aanvang van enige werkzaamheden moet op kosten van de aanvrager een omstandige en tegensprekelijke plaatsbeschrijving van de zijgevelgevel van de kapel van het stadhuis worden opgemaakt door een onafhankelijke expert. Een afschrift hiervan wordt bezorgd aan de bevoegde stadsdiensten.
- De zijgevel van de kapel van het stadhuis en in het bijzonder de glas-in-loodramen, moeten op kosten van de aanvrager fysiek worden afgedekt en beschermd tegen beschadiging door mechanische impact, vallend puin, stof, spatwater, vervuiling, … gedurende de volledige duur van de werken.
- De tuinmuur van de renaissancetuin van het stadhuis in de onmiddellijke nabijheid van de werfzone moet op kosten van de aanvrager fysiek worden afgedekt en beschermd tegen beschadiging door mechanische impact, vallend puin, stof, spatwater, vervuiling, … gedurende de volledige duur van de werken.
- Schade aan de kapel van het stadhuis en/of de tuinmuur van de renaissancetuin veroorzaakt door de werken dienen te worden hersteld door vakmensen gespecialiseerd in erfgoedrestauratie.
- De bepalingen, vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse regering van 10/02/2023, dienen strikt opgevolgd te worden.
- Naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein) mogen geen hinder of overlast ondervinden inzake hemelwaterproblematiek. Het hemelwater dat op de nieuwe verharding(en)/constructie(s) terechtkomt, moet op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding(en)/constructie(s) op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het hemelwater mag niet rechtstreeks afwateren naar naastliggende percelen (met inbegrip van het openbaar domein). Hemelwater mag eveneens niet opgevangen en rechtstreeks afgevoerd worden naar de openbare riolering door middel van straatkolken, afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
- De vergunde plannen dienen strikt gevolgd te worden. Het niet-volgen van de vergunde plannen en het niet-tijdig en/of correct uitvoeren van de voorwaarden binnen de wettelijke of in de vergunning meegedeelde termijn(en) kan aanleiding geven tot de opstart van een handhavingsprocedure.
- Het uitvoeren en/of het in stand houden van de onvergunde handelingen kan aanleiding geven tot de opmaak van een proces-verbaal (in geval van een stedenbouwkundig misdrijf) of een bestuurlijk verslag van vaststelling (in geval van een stedenbouwkundige inbreuk) met als mogelijke gevolgen een bestuurlijke geldboete en een bestuurlijke herstelprocedure of gerechtelijke vervolging om aldus herstel af te dwingen.
- De standaardbepalingen van Fluvius m.b.t. de riolering dienen te worden nageleefd.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 10/02/2023 (GSV hemelwater).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).
Keuring privéwaterafvoer:
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
- De volgende voorwaarden in verband met bronbemaling:
Het grondwater dat onttrokken wordt bij de bronbemalingen bedoeld in subrubriek 53.2 van de indelingslijst moet, in zoverre dit met toepassing van beste beschikbare technieken mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden ingebracht buiten de onttrekkingszone. Hiervoor kan gebruikgemaakt worden van infiltratieputten, infiltratiebekkens of infiltratiegrachten. Indien dit technisch onmogelijk is mag het water geloosd worden in het openbare of private hydrografische net. De infiltratie of de lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
Volumes hoger dan 10 m3 per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.
Het grondwater dat onttrokken wordt bij de draineringen, bedoeld in subrubriek 53.3 van de indelingslijst alsook bij de bronbemalingen, bedoeld in subrubriek 53.4 en 53.5 van de indelingslijst, moet, in zoverre dit met toepassing van de beste beschikbare technieken mogelijk is, nuttig worden gebruikt.
Volumes hoger dan 10 m3 per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.
Bij overmacht door overstromingsgevaar is de exploitant van een bronbemaling die noodzakelijk is voor de waterbeheersing van de mijnverzakkingsgebieden, bedoeld in subrubriek 53.4.2° van de indelingslijst, ontslagen van het respecteren van het vergunde dagdebiet, opgelegd in de verleende vergunning.
- De riolering aan te leggen als een gescheiden stelsel bestaande uit 1/ DWA (droog weder afvoer) + 2/ INFILTRATIERIOOL (regenafvoer).
- Bij lozing van meer dan 10 m³ bemalingswater per uur op een riolering, afwaterend naar een Aquafin-RWZI, dient de toestemming van Aquafin worden gevraagd.
- Alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een Omgevingsvergunning vereist is en aangevraagd, moeten uitgerust zijn met correct geïnstalleerde rookmelders. De nodige informatie omtrent deze verplichting dient u te raadplegen via:
www.vlaanderen.be/bouwen-wonen-en-energie/veilig-gezond-en-kwaliteitsvol-wonen/woningkwaliteitsnormen/rookmelders
- Grondverzet en wateroverlast dienen opgevangen te worden op het eigen perceel. Indien de aanhoging van het terrein hoger voorzien is dan de aanpalende percelen is de aanvrager verplicht om keerwanden te voorzien op eigen terrein, tenzij anders overeengekomen met de betrokken aanpalende eigenaars.
Een afschrift van de beslissing kan je opvragen via omgevingsloket@bree.be
U kan, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing. U behoort tot het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid (waarschijnlijk) gevolgen ondervindt van, of belang hebt bij de beslissing over een omgevingsvergunning of de bijstelling van de vergunningsvoorwaarden.
Het beroep wordt bij voorkeur digitaal ingesteld via het omgevingsloket: omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be.
U kan ook een analoog beroep instellen. Stuur hiervoor een beroepschrift per aangetekende brief naar de deputatie van de provincie Limburg, op het volgende adres:
De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.
Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezet op.
Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing.
Bezorg gelijktijdig bij beveiligde zending (bij aangetekende brief, of tegen ontvangstbewijs, of via het omgevingsloket) een afschrift van uw beroepschrift aan:
- de vergunningsaanvrager.
- het college van burgemeester en schepenen van Bree.
Vermeld in uw beroepschrift het volgende:
Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg - BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘’beroep omgevingsvergunning OMV_2025153688’’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.
Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. Artikel 31/1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning regelt deze beroepsmogelijkheid. Ingevolge het delegatiebesluit is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit ''wegenberoep''. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.
De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 53 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015.